We werken harder dan ooit. Maar ja; boeken we navenant ook meer vooruitgang? Als je goed kijkt, zie je het om je heen gebeuren: organisaties die bewegen, maar niet versnellen. Teams die gevuld zijn, maar nergens van vervuld. Agenda’s die ontploffen, terwijl de impact juist implodeert. Eigenlijk is dit schijnproductiviteit, oftewel de illusie dat er output wordt geleverd, zonder dat er echte waarde ontstaat.
En dat begint vaak heel subtiel. Een vraagstuk ontstaat en meteen worden er meetings gepland; niet om beslissingen te nemen, maar om een vorm van comfort te creëren in collectieve discussie. Ondertussen verdwijnt de energie die we eigenlijk nodig hebben om daadwerkelijk problemen op te lossen in voorbereiding en onderlinge afstemming. Projecten rekken onverhoopt uit, wederzijds overleg stapelt zich op, en hoewel mensen continu bezig zijn, ontstaat er nauwelijks iets tastbaars. Op de keeper beschouwd.
Tegelijkertijd zie je hoe meetbare indicatoren veranderen van thermometer naar thermostaat. Je zou toch mogen denken dat die indicatoren de organisatie moeten informeren, maar ze kunnen daarentegen hardnekkig neigen naar sturen zonder kompas. Natuurlijk kom je dan overal uit, behalve daar waar je wilt zijn. Als activiteiten belangrijker worden dan bedoeling, kan niemand nog uitleggen waarom een doel waardevol is.
En misschien nog het meest verraderlijke van het verhaal: druk is cultuurtaal geworden en wordt te pas en te onpas ingezet. ‘Ik heb het zó druk’, dat is bijna emotionele valuta geworden. Maar je komt daar de bioscoop niet mee in en je kan er nog geen halfje bruin voor kopen. Het staat wel -als prettige bijkomstigheid- voor betrokkenheid, voor status en voor trots, maar het laat amper ruimte voor focus, groei, reflectie of écht leiderschap. Steeds meer directies gaan onrustig op hun stoel schuiven en vragen zich (terecht) af of ze de juiste managers binnenboord hebben. Drukte schijnt de mogelijkheid op te roepen om gelegitimeerd uit te leggen waarom iets niet lukt. En daar zit de interne of externe klant niet op te wachten.
In diezelfde omgeving merk je dat voorzichtigheid innovatie terugdringt, en dat controle groeit waar vertrouwen krimpt. Met de beste intenties ontstaan extra toezicht, extra checks en extra goedkeuringen. Maar de motivatie in de afdelingen daalt, de beslissingen vertragen, en het eigenaarschap slinkt als sneeuw voor de zon.
De doorbraak hierin ligt niet in efficiënter plannen, maar in gerichter kiezen. Niet in time management, maar in attention management: begrijpen waar je teams hun cognitieve en emotionele energie aan geven en bovenal: waarvoor.
Want zo is echte productiviteit niet meer ‘doen’, maar het is veel meer ‘betekenen’.